![]()
Vertrouwd boeken, veilig betalen
Contact en Vragen
Bel 0900-STEDENTRIP (0900-7833368)
15 ct/m, ma-vrij 9-17 uur, za 10-16 uur
GaSamen.nl Nieuwsbrief
Wilt u op de hoogte blijven van acties en aanbiedingen van GaSamen.nl? Vul dan hier uw mailadres in:
U kunt zich hier afmelden.
Wilt u deze site vaker bezoeken?
Sla hem op bij uw favorieten, klik hier.
Meer Geschiedenis
- > Prehistorie
- > Middeleeuwen
- > Nieuwe Geschiedenis
- > Nieuwste tijd
- > Huis Bernadotte
Ga terug naar
GaSamen
Nieuwe Geschiedenis
Nieuwe Geschiedenis
Gustaaf heeft ondanks veel tegenstand, Zweden tot een goed bestuurd en goed verdedigbaar land gemaakt. Het scheppen van een kundige bureaucratie en een paraat leger kostte veel geld en de schuldeisers, vooral de Hanze, drongen aan op afbetaling.
De nood werd voor een groot deel beëindigd door een besluit van de Rijksdag te Västerås in 1527, dat het bezit van de kerk seculariseerde en inkomsten en vermogen van de Kroon aanzienlijk vergrootte.
Gustaaf Wasa regeerde tot 1560; de expansieneigingen van Zweden ten aanzien van de landen om de Oostzee dreigden toen al te leiden tot een verbond van Denemarken en Polen.
Door het Deense bezit in Schonen was Zweden vrijwel van de open zee afgesloten. Een betrekkelijke stilstand trad in onder het bewind van Gustaafs zoons Erik XIV (1560-1568) en Johan III (1569-1592). Deze laatste trachtte het katholicisme weer te herstellen. Onder Karel IX (1604-1611) werden de eerste pogingen gedaan de Oostzeelanden te veroveren, maar deze mislukten.
Onder het bestuur van zijn zoon, Gustaaf II Adolf, nam de grote machtsuitbreiding van Zweden een aanvang. Hij veroverde het land tussen Riga en de Finse Golf en viel de Duitse landen binnen.
Bij de Vrede van Westfalen in 1648 verwierf Zweden de bisdommen Bremen en Verden en Voor-Pommeren. Bij de vrede in 1658, met Denemarken, behalve de vier kustlandschappen ook Trondheim en Bornholm. Toen stond Zweden voor korte tijd op het toppunt van zijn macht.
De belangrijkste binnenlandse gebeurtenissen gedurende de 'Grootheidstijd' (1611-1718) waren de totstandkoming van de 'regeringsvorm' van 1634 en de troonsafstand van Gustaaf II Adolfs dochter en opvolgster Christina ten behoeve van Karel X Gustaaf.
Die regeringsvorm was reeds tijdens het leven van Gustaaf II beraamd, maar werd pas na diens dood door Oxenstierna ten uitvoer gelegd: de voornaamste departementen zouden worden beheerd door colleges, waarvan de chefs in de door de koning benoemde Rijksraad zitting hadden.
Ook is van grote betekenis geweest de door de Rijksdag op voorstel van Karel XI in 1680 aanvaarde 'reductie': inkomsten en vermogen van de Kroon, omvangrijk sinds de verwereldlijking, waren én door de oorlogskosten én door de spilzucht van koningin Christina verminderd en in het bezit gekomen van vooral de adel.
Een commissie had tot taak gehad de edelen te dwingen, na desbetreffend onderzoek, de goederen terug te geven die de Kroon van rechtswege toekwamen, een maatregel die vooral in Polen en de overzeese gebiedsdelen verbittering wekte.
De grote Noordse Oorlog (1700-1718), ten tijde van Karel XII, maakte een einde aan de positie van Zweden als grote mogendheid. Na zijn dood en de debacles van 1720 en 1721 beperkte de Rijksdag de macht van de koning, vergrootte hij de invloed van het parlement, dat in het vervolg de Rijksraad zou samenstellen.
Karels opvolgers waren geen vorsten van formaat. Een poging van Adolf Frederik het koninklijk gezag te versterken, mislukte roemloos. Twee partijen, de Hoeden en Mutsen genoemd, hadden afwisselend de leiding tijdens deze 'vrijheidsstrijd' (1719-1772).
Omstreeks 1770 scheen het gevaar te dreigen dat Rusland, evenals in Poolse, ook in Zweedse interne aangelegenheden zou kunnen ingrijpen en de zelfstandigheid van het land zou willen aantasten. De nieuwe koning Gustaaf III waagde in overleg met de Franse regering op 12 aug. 1772 een 'coup d'état', versterkte het vorstelijk gezag en tevens de goede betrekkingen met de traditionele bondgenoot.
Gedurende zijn verdere bestuur had de koning te kampen met oppositie, vooral onder de adel, die tijdens een kort conflict met Rusland (1788-1790) verraad pleegde en in 1792, onder leiding van Anckarström, een samenzwering smeedde en op het gemaskerd bal in de Stockholmse opera op de vorst een dodelijke aanslag pleegde.
Tijdens de coalitieoorlogen bleef Gustaaf IV Engelsgezind; na de Vrede van Tilsit maakten de Engelsen zich meester van de Deense vloot, maar zij stelden geen pogingen in het werk de Zweden bij het afslaan van een te verwachten aanval van Frankrijks geallieerden, Denemarken en Rusland, te steunen.
Finland werd in 1808 bezet. Dit had tot gevolg dat, wederom, de adel een samenzwering smeedde tegen de onbekwame Gustaaf IV. Adlersparre rukte naar Stockholm op.
Adlercreutz nam de koning gevangen. De Rijksdag verklaarde hem vervallen van de troon en riep zijn oom Karel XIII tot koning uit, stelde tevens een nieuwe 'regeringsvorm' op, die de vorstelijke macht aanzienlijk beperkte ten bate van die van het parlement.
Toen de Augustenburgse hertog Christiaan August, als opvolger aangewezen van de kinderloze koning Karel XIII, in 1810 plotseling overleed, vond men in Parijs een opvolger in de persoon van Jean-Baptiste Bernadotte, maréchal de France, voor wiens in de laatste oorlog gebleken kundigheden óók als administrator men in Zweden grote bewondering koesterde.
De nieuwe troonopvolger, tevens regent voor zijn adoptiefvader, koos in 1812 partij voor Rusland en de anti-Franse coalitie. Hem werd toegezegd dat hij bij de komende vrede Noorwegen zou verkrijgen in ruil voor Finland.
Dit werd geëffectueerd, toen het Noorse Storting in 1814 de Zweedse koning Karel XIII tot koning van Noorwegen verkoos. Bij het Congres van Wenen verloor Zweden Zweeds Pommeren aan Pruisen. Daarmee waren de in de 17de eeuw veroverde gebieden goeddeels verloren.